Dit gebeurt er achter de borden ‘Militair terrein, verboden toegang’

[Dit is een artikel uit de serie Onderwegverhalen]

 

Als je vanuit Amersfoort richting Utrecht treint kun je de legervoertuigen spotten. Aan de rand van het gebied hangen verbodsborden aan hekken. Het spreekt tot de verbeelding. Wat gebeurt daar achter die borden? Schietoefeningen, stormbanen? Net als in de film?

Paardrijles op oefenterrein

Als nieuwsgierige kun je niet zomaar rondkijken op een militair terrein. De Vlasakkers was vroeger wel af en toe open voor dagrecreatie, maar na de zoveelste kostbare vernieling is het gebied dicht voor het publiek. Er is één uitzondering. Bezoekers van de manege – sinds jaar en dag op het terrein – mogen wel naar binnen. Dat gaat veelal om kinderen die paardrijles volgen. En soms ’s avonds een buitenrit over het terrein maken. Alleen als er geen oefeningen zijn natuurlijk, dat spreekt voor zich.

Aanmelden voor de manege dus. Eerst identificeren bij de beveiliging en een bezoekerspasje opspelden, daarna pas door de poort. Eenmaal binnen wachten ze op een begeleider die ze met een golfkarretje naar de manege brengt. Terreinopzichter adjudant Gerrit Borghuis legt uit dat dit een voorzorgsmaatregel is. ‘Alle gebouwen zijn individueel beveiligd, maar je moet waakzaam blijven.’ En dat bleek laatst ook wel weer toen een ‘verwarde man’ een toegangspas, een autosleutel en daarna een legervoertuig bij de kazerne van Oirschot stal.

Bakermat van de cavalerie

De geschiedenis van De Vlasakkers is een lange. Het gebied bestaat al 145 jaar als militair terrein. De bakermat van de cavalerie, aldus Gerrit. Nu bestaat de cavalerie vrijwel niet meer, maar wordt het terrein bevolkt door allerlei andere Defensie-afdelingen. Zoals Verbindingen, de mensen die zich bezighouden met de communicatie in oorlogsgebied. Of de Infanterie, de grondtroepen. Verder vind je op het terrein een museum en de eerder genoemde manege. Maar het overgrote deel van het terrein is trainingsterrein.

Gerrit chauffeert ons door het gebied. Gordels zijn niet nodig op het terrein, want privé. ‘De politie zal je hier niet bekeuren.’ Even opkijken leert dat er een politieauto geparkeerd staat. Die zijn hier om te oefenen. ‘Allerlei instanties komen hier: politie, brandweer, noem maar op.’ We rijden langs de Bernhardkazerne, met beelden van prins Bernhard en van een soldaat te paard, en langs verschillende kantoorgebouwen. Een keur aan panden komt voorbij: van kleurrijk nieuw tot jaren ’60 grijs tot klassiek baksteen. Het oefenterrein ligt voorbij de kantoren en achter manege Marcroix. Een pasje voor de toegangspaal en het hek zwaait open.

Vleermuizenkolonie

In de 145 jaar dat het terrein in gebruik is heeft Defensie asfaltwegen aangelegd en obstakelparcoursen gebouwd. Op sommige plekken is de weg pakweg anderhalf keer zo breed als een gemiddelde provinciale weg. Dat is omdat ze tot de bezuinigingen ook met tanks oefenden, en nu nog steeds met andere rupsbandenwagens. ‘Die zijn veel groter dan een normale auto of vrachtwagen en je moet elkaar toch kunnen passeren. Daar is allemaal goed over nagedacht.’

Toch is het ook en voornamelijk een mooi natuurgebied. Er zijn reeën, een vleermuizenkolonie, roofvogels en zandhagedissen. De militairen houden rekening met de natuur. Of, Gerrit zorgt wel dat ze er rekening mee houden. Terwijl we door het bos rijden laat hij zien waar de soldaten wel en niet mogen komen. Er staan in de berm van de zandwegen houten paaltjes die aan één kant rood geschilderd zijn. Personeel moet binnen de rood geschilderde kant blijven. Alles daarbuiten is verboden gebied voor ze. ‘Komen ze er wel, dan moet ik ze eens vaderlijk toespreken. Functioneel toespreken noem ik dat.’

Want hij is begaan met de natuur, vindt het een prachtig gebied, waar hij graag rondrijdt. Achter de computer zul je hem niet vaak vinden. Alleen om administratie te doen. En dan hup, snel weer naar het oefenterrein om te kijken of alles loopt zoals gepland. Of er geen vernielingen zijn gepleegd door mensen die er niet horen. Of iedereen die er wel hoort zich aan de regels houdt. Of het goed gaat met de dieren.

 

Dit artikel lees je gratis. Als je dit verhaal waardeert kun je onderaan de pagina een kleine bijdrage doen en me helpen om meer van dit soort artikelen te maken.  

 

De achtbaan

Eén keer in de zoveel tijd komen natuurorganisaties dieren tellen, ze houden de populatie in de gaten, kijken hoeveel soorten er zijn. Zo is er recent iemand geweest om de vleermuizen te tellen, vertelt de adjudant. Midden in een zin stopt hij met praten, mindert vaart, en wijst met een ferme zwiep naar rechts. ‘Kijk, zie je hem? Een ree, daar bij die boom. Als we niet al te snel gaan kunnen we een stuk dichterbij komen.’ Hij laat de legerauto dichterbij rollen, maar de ree springt weg. Niet ver, we kunnen hem nog net zien achter een struik. Het zegt wel iets over hoe op hun gemak de dieren zich voelen op het militair oefenterrein.

Hoe leuk de dieren ook zijn, hoe mooi de verschillende landschapstypen erbij liggen, we komen hier om te kijken wat de militairen zoal uitvoeren. We gaan op weg naar de achtbaan. Niet een achtbaan zoals de Python, maar een weg waar je achtjes kunt rijden. Allerlei militair personeel leert daar bepaalde soorten rijstijlen in legervoertuigen. Uit de bocht vliegen is er niet bij, want ze mogen niet in de berm van Gerrit. Er zitten zandhagedissen, en die moeten we beschermen.

Noren, Roemenen, Fransen: ze komen naar De Vlasakkers

We gaan door, langs twee militaire voertuigen. Een kabel is over de weg gespannen. ‘Ah, de mannen van Verbinding zijn hier aan het oefenen zo te zien.’ Niet dat hij moet gokken, hij weet precies wie waar aan het oefenen is. Een groot deel van zijn werk is het inplannen van alle opleidingscentra die op het terrein willen oefenen. Ze komen van heinde en verre: Noren, Roemenen, Fransen, noem maar op. ‘Dat is meestal op stafniveau, die doen dan geen dingen als schietoefeningen, maar bespreken tactieken, zitten bijvoorbeeld in tenten met computers. Het is ook vaak een internationale uitwisseling, leren van elkaar.’

Even verderop is het Hoytemaplein. Dat is rechthoekig stuk beton waar 5 rechte wegen op uitkomen. Voor het oefenen van aanvalstechnieken, aldus Gerrit. De pijltjes op de foto geven 4 van de 5 wegen aan.

Kijken tot Soest, Zeewolde, Nieuwland

Iets later parkeren we op een uitkijkpunt. Het echo-plateau noemen ze het. Dit is het hoogste punt van het gebied en je kunt er kilometers ver kijken. ‘Kijk, die toren daar, dat is Soest. Die windmolens staan bij Center Parcs de Eemhof, Zeewolde. Dat flatgebouw is Nieuwland.’ Voor adjudant Borghuis is dit specifieke punt van De Vlasakkers een grote favoriet. Hier kan hij de verschillende jaargetijden goed zien wisselen. ‘Jammer dat je er niet een paar maanden geleden was. Toen stond alles in bloei.’ Uiteraard is dit plateau er niet alleen vanwege de pracht van het uitzicht, het is ook een punt om bijvoorbeeld te trainen met nieuwe verrekijkers, nachtkijkers of warmtekijkers. Dan moeten de militairen op zoek naar specifieke punten aan de horizon.

Een hindernisbaan is vaste prik op een militair oefenterrein, lijkt het wel. De Vlasakkers heeft er ook één en we doen het hele parcours met de auto. Er zijn uitzonderingen: bepaalde elementen zijn met een standaard terreinwagen niet te doen. Zoals de waterbakken van 1 meter, 2 meter en 3 meter diep. Die zijn bedoeld voor tanks en niet haalbaar voor ons. We gaan er omheen. Hier leert personeel van leger, brandweer en politie omgaan met vreemde rij-situaties. Zoals een bocht met een negatieve kanteling. Normaal gesproken is een helling in een bocht een bepaalde kant op aangelegd, omdat je dan het beste rijdt en de meeste grip en het beste overzicht houdt. Logisch ook. Medewerkers van de hulpdiensten en van defensie moeten ook om kunnen gaan met niet-ideale omstandigheden en oefenen dus met een dergelijke bocht. En het voelt inderdaad vreemd aan. Ook is er de weg die bol is in het midden, de bochtige weg, de doorwaadbare bakken.

 

Dit artikel lees je gratis. Als je dit verhaal waardeert kun je onderaan de pagina een kleine bijdrage doen en me helpen om meer van dit soort artikelen te maken.  

 

Kantelen op de steile helling

We rijden over een smalle, tijdelijke, stalen brug, gebouwd door de mensen van de Genie. Het lichtste onderdeel van een dergelijke brug, op bouten en moeren na, is 100 kilo zwaar, geeft Gerrit aan, terwijl we richting een steile helling met een kantelpunt rijden. Die helling is voornamelijk bedoeld voor tanks, maar ook in een terreinwagen is het apart als je even op een heel klein stukje grond balanceert met alleen maar helling aan de voor- en achterkant van de auto. Volgens Gerrit, die getraind is om met de tank te rijden en velen na hem heeft opgeleid, is de truc om te stoppen op het kantelpunt en de tank dan rustig over te laten hellen.

Alles heeft zijn plek en zijn doel op het terrein. Er zijn zandwegen, asfaltwegen, betonwegen. Grasland, heide, bos. Natuurlijk water, aangelegd water en grondwaterwinning. Bij meerdaagse oefeningen worden er dixi’s geplaatst. Er zijn regels over waar je wel en waar je niet met brandstoffen, lichtkogels of munitie mag oefenen. Er zijn plekken waar je mag rijden, stukken bos waar je niet met de auto mag komen, verharde parkeerplaatsen.

Het voormalige treinstation

In de bergingskuil kun je je voertuig ongestraft in een moerassig stuk land parkeren. De kuil wordt bewust onder water gezet zodat cursisten kunnen leren om rupsvoertuigen of andere voertuigen uit de bergingskuil te krijgen. Vaak gebruiken ze kabels, die ze in een praktijksituatie aan een boom vast zouden maken. In dit gebied zijn er speciale stalen palen voor in de grond gezet. De bomen leden er te veel onder.

En dan heb je nog het raccordement, één van de weinige elementen die je als treinreiziger kunt zien als je De Vlasakkers passeert. Vroeger was deze plek op het spoor een station op de lijn van Utrecht naar Zwolle. Bijzonder als je bedenkt hoe dichtbij Amersfoort Centraal is. In 1938 is het station gesloten. Nu staan daar soms legervoertuigen op opleggers van goederentreinen. Dan gaan de voertuigen vaak naar het buitenland, waar groepen gaan oefenen op andere terreinen.

De basiszaken kun je in Amersfoort goed oefenen. ‘Als individu kun je hier veel leren, daarna ga je leren als groepje: peleton, compagnie. De verschillende niveaus vragen om verschillende terreinen.’ Voor grotere oefeningen ga je naar Leusderheide. Daarna moet je door naar het buitenland. Daar is veel meer ruimte om grotere oefeningen op te zetten.

Oefenen met Virtual Reality

Als je legaal iets mee wilt krijgen van oefeningen kun je overdag naar De Stompert. Dat ligt ten westen van het grote oefenterrein en is open voor het publiek. Er zijn alleen ongevaarlijke oefeningen. De meeste bezoekers komen er echter omdat het er mooi is en je er goed kunt wandelen of fietsen, vertelt de adjudant. De hond uitlaten kan ook, maar dan wel aangelijnd. Want bij de oefeningen zijn er nog weleens knallen en dat vinden honden echt niet prettig. ‘En dan kunnen mensen op zoek naar hun gevluchte hond.’

Terug naar het kazerneterrein. Daar oefent het legerpersoneel op een andere manier. Met lesboeken, maar ook met simulatiespellen, virtual reality. Er staan ook containers naast het gebouw, dat zijn de mobiele simulatiekantoren. Daarmee kunnen ze ook op andere locatie oefenen. Inmiddels is het rustig op het terrein, erg rustig. ‘Het is het drukst tussen negen en drie. Daarna is het terrein weer vrijwel geheel van de dieren.’

 

Dit is een artikel uit de serie ‘Onderwegverhalen’. Over opmerkelijke plekken langs spoor en autoweg.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd op Reporters Online en nu voor het eerst gratis te lezen]

 

Waardeer dit artikel

Als je dit artikel goed vindt en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -