Een maandenlang graafproject
De eerste keer probeerden ze een tunnel te graven in het interneringshuis, Wijk 1-17. Die werd ontdekt. Daarna was het een tijdje rustig. Maar: nieuwe barak, nieuwe plannen. Nu probeerden ze het opnieuw.
Poging 2: in de barak
De opening van de tweede tunnel begon in de kamer van twee Engelsen: Chanter en Fixsen. Luitenant-kolonel Vreedenberg kreeg er echter lucht van en ook die tunnel werd na een paar weken ontdekt en dichtgemaakt. Voor straf moesten Chanter en Fixsen een tijdje in het oude interneringshuis in afzondering verblijven.
Drie keer is scheepsrecht?
Poging 3 dan maar. Maar liefst 12 officieren waren actief betrokken bij de planning en uitvoering. Belgen, Fransen en Engelsen. Het hielp dat sommige officieren bij de genie zaten: zij konden actief meedenken over technische zaken. Zoals zuurstorftoevoer, voor als de tunnel onder de grond langer zou zijn.
Gat met kist
Het startpunt werd nu de vloer onder het bed van de Franse geïnterneerde waarnemer André d'Humières. Ze maakten een gat van 60 cm bij 60 cm en bedekten die met een kist (met wat glaswerk en andere spullen erop) zodra ze klaar waren met graven voor die dag.
Liggend graven in koud water
Ze werkten in twee diensten: een van 14u tot 18.30u en een van 20u tot middernacht. De tunnel liep regelmatig vol, dus maakten ze een waterbekken. Het zand dat ze over hadden metselden ze in de lege ruimte tussen de vloer van de barak en de grond eronder. Graven moest liggend, vaak in koud water.
Lijkhuisje
Na 3 maanden waren ze 11 meter ver. Hun doel: het lijkhuisje bij het kerkhof - naast het prikkeldraadhek. Daar was het mooi donker en zouden ze ongezien blijven. Ze schatten in dat ze nog twee weken nodig hadden voor de laatste meters.
Unieke foto
Toen werd de tunnel toch ontdekt. En meteen dichtgegooid. De foto bij dit verhaal is uniek, en gemaakt in de blootgelegde tunnel. Een deel van het graafteam staat erop.

