Het dagelijks leven in de barak | Interneringskamp Urk 1915-1917: ‘Duivelseiland’

Over tennis, biljart en ommetjes

 

In de Eerste Wereldoorlog werden tientallen officieren naar Urk gestuurd. Urk werd zo een gevangeniseiland. Ze woonden in een houten barak waar de zeewind door de kieren gierde. Soms lekte het dak zo erg dat de regen naar binnen kwam. Ze noemden Urk daarom Duivelseiland - of het 'Elba van de Zuiderzee'. Hoe leefden ze daar?

De barak

De houten barak was 60 meter lang en 13 meter breed. Door het midden liep een lange gang: bijna net zo lang als de barak zelf. Als je binnenkwam, zag je links de kamertjes. Een paar voor de bewakers, maar de meeste voor de geïnterneerden. De kamertjes hadden geen kachels, de woonkamer wel (de conversatiezaal). In die conversatiezaal stond ook een biljarttafel. Er was een eetzaal, en daarachter waren meerdere keukens. Ook waren er wc's binnen, een luxe.

Buiten de barak: tennis

Eerst stond het hek van prikkeldraad dicht bij de barak. Later kregen de mannen wat meer buitenruimte. Zoals een tennisveld. Er kwam ook een eigen ziekenbarak en een wachtruimte voor de bewakers. Maar na een paar ontsnappingspogingen werd het ook tijd voor bijvoorbeeld een uitkijktoren.

Buiten het kamp: wandelen

De officieren mochten af en toe een wandeling maken. Altijd liepen er dan bewakers achter hen aan. Binnen een uur liepen ze het hele eiland rond. Soms konden ze iets kopen in het hotel, van het salaris dat ze nog kregen. Maar alleen op speciale plekken. Een praatje maken met de Urkers? Streng verboden!

Buiten Urk: op verlof

Een uitje naar het vasteland? Dat mocht soms. Als de mannen een formulier ondertekenden met daarop de belofte om niet te ontsnappen, en netjes toestemming vroegen, mochten ze soms een paar dagen weg. Ze konden dan op bezoek bij vrienden of familie in Nederland. Dat erewoord was sterk: de meeste officieren hielden zich daar aan en kwamen netjes terug.

 

Terug naar alle verhalen